OpenStreetMap en de crowd

Drie weken geleden publiceerde Serge Wroclawski (ex-hacker, Free Culture Advocate) een blogpost getiteld: Why the World needs OpenStreetMap, onder andere overgenomen door The Guardian (UK).

In dit artikel legt hij uit waarom we een publieke, open wereldkaart nodig hebben. In een overtuigend stuk betoogt hij dat het handig zou zijn als er onafhankelijke kaart zou zijn, die we niet alleen tot standaard kunnen verheffen, maar waarvan we ook kunnen aannemen dat deze waarde- en belangenvrij wordt opgesteld. Denk bijvoorbeeld aan grote ketens die het voor elkaar krijgen kortere routes te laten zien naar hun filialen ten opzichte van kleine concurrenten. Ook gevoelsmatig klopt het: Hij ondersteunt zijn beweegredenen door onder andere te vertellen over het standaardiseren van de tijd in de vorige eeuw. De tijd en informatie over de wereld om je heen zijn typisch dingen die publiek en vrij toegankelijk zouden moeten zijn, dat zullen zelfs de meest verstokte vrije marktdenkers met hem eens zijn.

De OpenStreetMap Foundation is een Britse organisatie die zich inzet voor zo’n soort kaart. Het maken en onderhouden van een digitale kaart is niet eenvoudig en zij zijn hiervoor afhankelijk van vrijwilligers en data-donaties. Net zoals bij Wikipedia is het voor een buitenstaander mogelijk om een stukje van deze kaart in te vullen met informatie of aan te passen. Zo’n open aanpak is heel mooi te verenigen mooi met het onafhankelijke karakter van OpenStreetMap.

Maar als je wat verder inzoomt op die vergelijking tussen Wikipedia en OpenStreetMap, of OSM, dan zie je een aantal scheurtjes. Om maar te beginnen maar de meest voor de handliggende: Vandaag de dag een stuk publiceren over de noodzaak van Wikipedia¬†(en waarom dit geholpen moet worden) zou op z’n zachts gezegd een beetje raar zijn.¬†In de publicatie heeft Serge het ook over de de vele commerciele concurrenten (Google Maps, Bing maps, Here, etc), iets wat bij Wikipedia steeds minder relevant wordt. Dat terwijl Jimmy Wales, de oprichter van Wikipedia, bij aanvang van zijn project voor gek werd versleten (iets dat je niet kan zeggen over Steve Coast de initiatiefnemer van OpenStreetMap). Wikipedia heeft heel lang moeten bewijzen dat haar informatie wel degelijk van hoge kwaliteit was doordat Wikipedia voor haar informatie voornamelijk afhankelijk is van persoonlijke bijdragen, Terwijl OpenStreetMap heel veel informatie heeft gekregen van overheden en private partijen als Yahoo.

Wat is nu de culprit: Serge lijkt het vooral te zoeken in de toepassing waar de kaart in wordt gebruikt. De webomgeving van Bing Maps is prachtig, Apple Maps zit standaard op elke iPhone en Google Maps zit zo’n beetje in elke kaart-mashup. Maar de web omgeving van OpenStreetMaps is een stuk minder makkelijk of mooi dan de concurrentie, er is niet echt een goede app en mash-ups worden wel gemaakt (bekijk anders eens ons meldpunt voor de fietsersbond) maar het loopt minder storm. Ik geloof daar niet zo in: Wikipedia moest het opnemen tegen allerlei encyclopedieen met de Brittanica als eindbaas en had ook geen publicaties in boeken of cd’s. Mijn inziens gaat het over de inhoud, je gaat geen kaart gebruiken die onvolledig is of achterhaald. En die inhoud kan alleen maar winnen (lees: beter worden EN onafhankelijk blijven) als OSM de gebruiker weet in te zetten als bijdrager.

Daar liggen twee uitdagingen: OpenStreetMap is moeilijk om aan bij te dragen en er is nu geen reden voor een gebruiker om er te komen of om aan bij te dragen, behalve een soort goodwill. Je kan mensen motiveren door ze te vertellen dat ze het voor algemene goed moeten doen, maar dat is een beperkte motivator. Je moet iets weggeven voordat je iets komt halen; Wikipedia gaf je je scriptie, OSM geeft je een kaart die je gratis kan gebruiken, maar dat doet de concurrentie ook al.

Wat je wel zou kunnen geven is aan iedereen zijn of haar eigen plekje op aarde om zelf in te vullen. Het ligt voor de hand dat niet iedereen wil bijdragen, dat geldt voor Wikipedia en dat geldt ook voor OpenStreetMaps. Maar het ligt wel erg voor de hand dat men wil bijdragen als je daar zelf iets aan hebt; horeca-ondernemers, bijvoorbeeld, willen dolgraag vindbaar zijn, toch zijn er maar heel weinig die zichzelf aanmelden op de kaart. Zo zijn er nog legio andere toepassingen te bedenken, maar het begint bij de gebruiker.

Dit artikel is eerder in het Engels verschenen op stijnvanbalen.nl.